ECLI:NL:RBLIM:2025:41
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overneming private schulden onder Wet hersteloperatie toeslagen bevestigd
Eiser, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire, verzocht de minister om overneming van private schulden onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister weigerde dit omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden, met name dat zij vóór 1 juni 2021 opeisbaar moesten zijn. Het betrof twee schulden bij ING Bank NV Lenen, één schuld bij Tinka BV en twee informele schulden bij familieleden. De rechtbank oordeelde dat geen van deze schulden opeisbaar was vóór de gestelde datum, mede op basis van verklaringen van schuldeisers en het ontbreken van notariële akten bij informele leningen.
Eiser voerde aan dat de minister onzorgvuldig had gemotiveerd en dat de vereisten in strijd waren met het evenredigheidsbeginsel. Ook stelde hij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege zijn persoonlijke omstandigheden na de toeslagenaffaire. De rechtbank verwierp deze bezwaren: de motivering was voldoende, het evenredigheidsbeginsel is niet toetsbaar aan de Wht en de omstandigheden van eiser rechtvaardigden geen toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank erkende de ernstige gevolgen die eiser heeft ondervonden door de toeslagenaffaire, maar benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen voor strikte voorwaarden om een nieuwe start mogelijk te maken. Omdat eiser niet voldeed aan de wettelijke criteria en er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en zijn schulden worden niet overgenomen door de minister.