Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, het college
Inleiding
9 november 2020 is een aanvraag voor een woningaanpassing in de vorm van een badkameraanpassing op de begane grond gedaan. Het college heeft deze aanvraag afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt. Bij beslissing op bezwaar van 28 mei 2021 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. Daartegen is beroep ingesteld. Bij uitspraak van 15 februari 2023 heeft deze rechtbank dat beroep gegrond verklaard en het college met inachtneming van die uitspraak opgedragen om een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift te nemen. [5]
“In het licht van nieuwe informatie kunnen we de afspraak helaas niet door laten gaan. Wij cancelen bij dezen de afspraak. Ik vertrouw erop dat de gemeente u hier verder over toelicht.”
Beoordeling door de rechtbank
nietakkoord te zijn met de ingeschakelde deskundige [naam deskundige] en worden twee andere organisaties voorgesteld (zie onder: 12.). Vervolgens heeft het college op 18 april 2024 het bestreden besluit genomen en de schending van de medewerkingsplicht aan de afwijzing ten grondslag gelegd.
19 december 2023 stelt dat een dergelijke afspraak is gemaakt, maakt het voorgaande niet anders. Dat de vraagstelling aan [naam deskundige] is gestuurd voordat daarover afstemming met eiseres had plaatsgevonden was daarom geen geoorloofde reden voor eiseres om medewerking aan het onderzoek te weigeren.
met standaard badkamer. Daarnaast heeft het college gevraagd om een aanpassingsplan (versie 2) met specifiek eisenpakket op basis van de goedkoopst (sober) adequate oplossing,
met aangepaste badkamer. De rechtbank begrijpt uit deze vraagstelling dat het college het verschil (de meerkosten) tussen de kosten voor een standaard badkamer en een voor [minderjarige] aangepaste badkamer in kaart wil brengen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college dat mogen doen. Het college mag namelijk uitgaan van alleen de meerkosten voor een aangepaste badkamer. De rechtbank legt hieronder uit waarom dat zo is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.N.H.C. Schroeten, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2025.