De rechtbank Limburg heeft op 7 maart 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken ROE 23/863 en ROE 23/864 over de omgevingsvergunning voor het bouwen van een levensloopbestendige woning met garage op een perceel met woonbestemming. Eisers voerden aan dat de vergunning hun agrarische bedrijfsvoering zou belemmeren vanwege geluidshinder en dat het overgangsrecht niet juist was toegepast.
De rechtbank overwoog dat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend, zodat de oude Wabo van toepassing bleef. De toetsing aan een goede ruimtelijke ordening vond plaats aan de hand van de VNG-brochure, waarbij een richtafstand van 30 meter voor geluid werd gehanteerd. De woning en bedrijfsgebouwen voldeden aan deze afstand, en de geluidcirkel van 50 meter zoals door eisers gesteld, werd niet gevolgd.
Verder oordeelde de rechtbank dat het overgangsrecht niet cumulatief kan worden toegepast en dat de bestemmingsplanwijziging correct openbaar was gemaakt, zonder dat een actieve informatieplicht bestond. De geluidshinder door parkeren werd niet als relevante hinder beschouwd omdat parkeren al was toegestaan binnen de woonbestemming.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van het agrarisch bedrijf en het woon- en leefklimaat voldoende waren gewaarborgd, dat de beroepen ongegrond waren en dat de verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werden afgewezen omdat de procedure binnen twee jaar was afgerond.