De rechtbank Limburg heeft op 13 januari 2025 uitspraak gedaan over verzetten van opposant tegen uitspraken van de voorzieningenrechter en rechtbank in diverse bestuursrechtelijke zaken. De verzetten betroffen onder meer uitspraken over voorlopige voorzieningen, niet tijdig genomen besluiten in het kader van de Ziektewet en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en beslissingen over bezwaar tegen uitnodigingsbrieven.
De rechtbank oordeelde dat verzet tegen uitspraken van de voorzieningenrechter niet mogelijk is en verklaarde deze verzetten niet-ontvankelijk. Daarnaast werden verzetten tegen uitspraken van de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verontschuldiging. Voor andere zaken oordeelde de rechtbank dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond waren, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van ingebrekestellingen of omdat de uitnodigingsbrief geen besluit in de zin van de Awb vormt.
Opposant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om zijn standpunten toe te lichten, maar gaf geen voldoende aanleiding tot herziening van de eerdere uitspraken. De rechtbank handhaafde de eerdere beslissingen en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.