Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] alias [alias] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
(of 7)mei, jaartal niet leesbaar door pasfoto (vermoedelijk 197?);
Rechtbank Limburg
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om zijn voornaam en geslachtsnaam in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen, omdat hij bij binnenkomst in Nederland in 1995 een onjuiste identiteit had aangenomen. Hij onderbouwde zijn verzoek met diverse buitenlandse geboorteaktes, paspoorten en een gezichtsvergelijkend onderzoek.
Het college wees het verzoek af omdat niet onomstotelijk vaststond dat de huidige in de BRP geregistreerde gegevens onjuist waren. Het college stelde dat de overgelegde documenten niet voldoende authentiek waren en dat niet was aangetoond dat de gegevens op de documenten op eiser betrekking hadden.
De rechtbank bevestigde dit standpunt. Hoewel sommige documenten als technisch echt waren beoordeeld door het Bureau Documenten van de IND, was de inhoud en de relatie tot eiser niet overtuigend vastgesteld. Het gezichtsvergelijkend onderzoek van Securitech werd door de rechtbank minder zwaar gewogen dan dat van BDoc, dat slechts 'redelijke steun' bood. De rechtbank oordeelde dat het college terecht had geoordeeld dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat de gevraagde wijziging in de BRP juist was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak benadrukt het hoge bewijsniveau dat vereist is voor wijziging van persoonsgegevens in de BRP en het belang van betrouwbare en duidelijke gegevens in de registratie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot wijziging van voornaam en geslachtsnaam in de BRP is ongegrond verklaard.