ECLI:NL:RBLIM:2024:7602
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens te laag veronderstelde ouderlijke bijdrage bevestigd
Eiseres maakte bezwaar tegen de herziening van haar aanvullende studiefinanciering over 2021 en 2022, omdat de minister op basis van een hoger vastgesteld inkomen van haar vader de ouderlijke bijdrage had verhoogd, waardoor zij een schuld kreeg. Eiseres voerde aan dat zij geen contact heeft met haar vader en geen dossier heeft om het inkomen van haar vader buiten beschouwing te laten. De rechtbank oordeelt dat zonder een verzoek om loskoppeling het inkomen van beide ouders moet worden betrokken bij de berekening van de ouderlijke bijdrage.
De rechtbank stelt vast dat de minister bevoegd is om de studiefinanciering binnen drie jaar te herzien indien blijkt dat de ouderlijke bijdrage onjuist is vastgesteld. De belastingdienst had aanvankelijk een te laag inkomen van de vader doorgegeven, later gecorrigeerd naar een hoger inkomen. Dit rechtvaardigt de herziening en terugvordering van de teveel ontvangen studiefinanciering.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiseres en haar teleurstelling over de onverwachte studieschuld na afronding van haar studie, is dit onvoldoende om af te zien van herziening. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruikgemaakt en er is geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de herziening en terugvordering zijn terecht en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de studiefinanciering.