Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- [afleverplaats 1] = [afleverplaats 1] [straatnaam 1]
- [afleverplaats 2] = [straatnaam 2] / [straatnaam 3]
- [afleverplaats 3] = [straatnaam 4]
- [afleverplaats 4] = [straatnaam 5]
- [afleverplaats 5] = [straatnaam 6]
- [afleverplaats 6] = [straatnaam 7]
- [afleverplaats 7] = [straatnaam 8]
- [afleverplaats 8] = [straatnaam 9]
- [afleverplaats 9] = [straatnaam 10]
- [afleverplaats 10] = [straatnaam 11]
- [afleverplaats 11] = [straatnaam 12]
- [afleverplaats 12] = [straatnaam 13]
- [afleverplaats 13] = [straatnaam 14]
- [afleverplaats 14] = [straatnaam 15]
- [afleverplaats 15] = [straatnaam 16]
- [afleverplaats 16] = [straatnaam 17]
- [afleverplaats 17] = [straatnaam 18]
- [afleverplaats 18] = [straatnaam 19]
- [afleverplaats 19] = [straatnaam 20] / [straatnaam 21]
- [afleverplaats 20] = [straatnaam 22]
- het opgenomen telefoongesprek met Tonie en [naam 29] (sessienummer 147 van 29 september 2020. [naam 29] belt met Tonie, het drugsbestelnummer [telefoonnummer 1] , om 100 bruin te verkopen aan een “Duitser”) (p. 4022);
- het opgenomen telefoongesprek met Tonie en [naam 25] (sessienummer 36 van 27 september 2020. [naam 25] belt met Tonie, het drugsbestelnummer [telefoonnummer 1] , en vraag waar hij blijft en dat de kwaliteit slecht was de laatste keer) (p. 4054 en 4055);
- de Whatsappspraakberichten verstuurd door Tonie aan [naam 25] (een door de digitale opsporing veiliggesteld bericht van ‘Tonie’ uit de inbeslaggenomen telefoon van [naam 25] . [naam 25] heeft contact met Tonie, in Dubai, over het leveren van verdovende middelen) (p. 6665 t/m 6668);
- het getuigenverhoor van de verdachte [medeverdachte 1] uit 2017 op verzoek van Belgische autoriteiten.
(de rechtbank begrijpt [medeverdachte 3] )vraagt in Whats-app op 9 oktober 2020 te 08:03:29 uur, “Wie gaat actief vandaag", “Iraki". [medeverdachte 4] antwoordt dan, “ [naam 46] tot 4 uur”, Dan hollandrr”.
deelnemingaan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr) kan slechts dan sprake zijn als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, namelijk het plegen van misdrijven.
Voor deelneming is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
organisatieals bedoeld in artikel 140 Sr Pro is sprake als het gaat om een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
oogmerktot het plegen van misdrijven. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
zijnjongens vanaf morgen weer bereikbaar zijn en weer kwaliteit hebben en uit de verklaring van [naam 32] die in 2021 verklaart dat Toni de baas is.
in de periode van 25 november 2020 tot en met 9 februari 2021 in de gemeente Maastricht, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en 10a, eerste lid Opiumwet;
op 25 november 2020 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (op het adres [adres 1] ) een hoeveelheid van in totaal 138,43 gram van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 330,74 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 25 november 2020 tot en met 9 februari 2021 in de gemeente Maastricht, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 110 dagen;
Beslag
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 09 februari 2021 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
2
hij op of omstreeks 25 november 2020 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (op het adres [adres 2] ) ongeveer 1924,53 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 89,34 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of (op het adres [adres 1] ) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 521,61 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 330,74 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3
hij op of omstreeks 25 november 2020, in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer € 14.140,-, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 november 2020, in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer € 14.140,-, heeft verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 9 februari 2021 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.