Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2024
in de zaken tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder,
[derde-partij], te [vestigingsplaats 1] ,
Procesverloop
Overwegingen
- de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de supermarkt, inclusief de wijzigingen van die vergunning: de bestreden besluiten 1, 2 en 5 (zaaknummers ROE 21/2282 en 24/1510);
- de omgevingsvergunning voor de verbreding van de inrit/uitweg: het bestreden besluit 3 (zaaknummer ROE 23/257);
- het maatwerkbesluit: het bestreden besluit 6 (zaaknummer ROE 23/3411);
- de weigering handhavend op te treden tegen het laad- en losperron: het bestreden besluit 4 (zaaknummer ROE 23/1148);
- het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn voor het doen van deze uitspraak in de zaak ROE 21/2282.
Toeleveranciers die goederen laden/lossen met behulp van rolcontainers of vervoershulpmiddelen met (kleine) harde wielen dienen dit te doen ter hoogte van het laad- en losperron en mogen niet gelijktijdig laden/lossen. Dit verbod geldt niet voor vuilcontainers”.
Beslissing
- verklaart het beroep van eisers tegen de bestreden besluiten 1 en 2 (21/2282) gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 en 2 uitsluitend voor zover daarbij is verzuimd het belang van eisers bij behoud van hun uitzicht af te wegen tegen het belang van vergunninghoudster bij de uitbreiding, respectievelijk is verzuimd om aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden en te onderbouwen dat daarmee het akoestisch woon- en leefklimaat van eisers niet onevenredig wordt aangetast.
- verklaart de beroepen van eisers en vergunninghoudster tegen het bestreden besluit 5 (24/1510) ongegrond;
- verklaart de beroepen van eisers tegen de bestreden besluiten 3 (23/257), 4 (23/1148) en 6 (23/3411) ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.