Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Limburg
Eiseres betwist het UWV-besluit van 27 juli 2023 (bestreden besluit II) waarin haar WIA-uitkering per 28 september 2023 werd beëindigd omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn (24,18%). Na een eerdere tussenuitspraak werd het UWV opgedragen het gebrek in de motivering van het eerdere besluit te herstellen. Het UWV liet een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een aanvullend onderzoek doen, maar hield als datum in geding 15 juli 2020 aan, terwijl de datum in geding voor het besluit 28 september 2023 is.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de relevante datum in geding en dat het medisch rapport niet voldoende gemotiveerd is ten aanzien van klachten die na 15 juli 2020 zijn ontstaan. Hierdoor is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit II en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen na een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek met de juiste datum in geding. Tevens verklaart de rechtbank het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en bepaalt dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.