Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 03 maart 2023 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
Hoofdverblijf
Wederzijdse zorg
Rechtbank Limburg
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande, maar verweerder trok deze in en vorderde terug wegens een niet gemelde gezamenlijke huishouding met een partner. Na onderzoek, inclusief huisbezoek en dossieronderzoek, concludeerde verweerder dat eiseres niet langer als alleenstaande kon worden aangemerkt en beëindigde de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 26 november 2019.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van verweerder rechtmatig was, inclusief het huisbezoek en het gebruik van verklaringen. Er was voldoende feitelijke grondslag voor intrekking over de meeste periodes, maar niet voor de periode na 26 november 2019. De intrekking met terugwerkende kracht was niet toegestaan en verweerder had onvoldoende bewijs voor een gezamenlijke huishouding na die datum.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder de terugvordering terecht had ingesteld, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet van terugvordering kon worden afgezien wegens psychische klachten van eiseres. Ook was verweerder te laat met het besluit, waardoor eiseres onnodig werd belemmerd in het indienen van een nieuwe aanvraag.
De rechtbank vernietigde de besluiten voor zover zij betrekking hadden op de intrekking na 26 november 2019 en bepaalde dat de bijstand vanaf die datum moet worden toegekend. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten voor zover zij betrekking hebben op intrekking na 26 november 2019 en bepaalt dat de bijstand vanaf die datum moet worden toegekend.