3.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
[slachtoffer]deed aangifte en verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Op zaterdag 13 augustus 2022 omstreeks 21.00 uur was ik samen met mijn ouders en
vrienden van mijn ouders, een man en een vrouw, op de kamer van mijn ouders op de [adres 1] in Blerick, gemeente Venlo.
Op 14 augustus 2022 rond middernacht verliet ik de kamer van mijn ouders en wilde ik terug naar huis lopen. Ik liep de Nieuwborgstraat op in de richting van de Alberickstraat. Toen ik ter hoogte van een perkje kwam zag ik [verdachte] op me af komen. Ik voelde vervolgens een vuistslag tegen mijn mond. Ik kon niet zien met welke hand hij sloeg. Door de slag viel ik achterover in het perkje. Op dat moment zag ik dat de man op mij sprong. Ik zag dat hij een aardappelschilmesje in zijn handen had. Ik zag dat hij met het mesje in zijn handen uithaalde naar mijn gezicht. Ik voelde boven mijn linker wenkbrauw een stekende pijn. Ik voelde dat hij mij in mijn gezicht sneed. Ik voelde dat hij dit nog een tweede keer op dezelfde plek deed. Vervolgens zag ik dat de man het mesje naar mijn rechterbeen bewoog. Ik zag en voelde dat hij mij sneed in mijn rechterknie. Ik voelde een hevige pijn op dat moment. Ik zag dat de man het mesje vervolgens richting mijn keel bewoog. Ik wist met mijn rechterhand het mesje vlak onder mijn kin en vlak bij mijn keel vast te pakken. Op dat moment was het mesje slechts enkele centimeters van mijn keel verwijderd. Ik wist het mesje vast te pakken en van mijn keel af te wenden. Toen ik het mesje vastpakte en van mij afwendde voelde ik eveneens een hevige pijn in mijn hand. Op het moment dat ik het mesje afwendde, liet de man het mesje los en rende vervolgens weg. Ik stond op en liep al bloedend terug naar de kamer van mijn ouders. Mijn broer is vervolgens teruggegaan naar de locatie waar het gebeurd was en trof daar het mes aan. De politie heeft het mesje uiteindelijk meegenomen. De man die mij sneed met het mesje heet [verdachte] (fonetisch).
Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]relateerden – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Op 14 augustus 2022 omstreeks 00.30 uur kregen wij het verzoek van het operationeel centrum om te gaan naar de [adres 1] in Venlo. Aldaar zou een meldster hebben aangegeven dat haar zoon gewond was geraakt door iemand met een mes. Ter plaatse troffen wij buiten de woning meldster [naam moeder slachtoffer] aan. Wij zagen dat [naam moeder slachtoffer] een aardappelschilmesje in haar handen vasthield. Desgevraagd hoorden wij dat ze zei dat de dader dit aardappelschilmesje had gebruikt om haar zoon te verwonden. Wij zagen dat het mesje verbogen was en dat het snij gedeelte scheef op het groene lemmet stond. Wij zagen dat er vermoedelijk bloed op het snij gedeelte van het mes zat.
Het (aardappelschil)mes werd vervolgens door verbalisanten
inbeslaggenomen.
Op 14 augustus 2022 heeft er bij [slachtoffer]
forensisch letselonderzoekplaatsgevonden. Hieruit blijkt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
1. Foto 2 en 3
Op de linker zijde van het voorhoofd, deels onder de haargrens en deels in de haargrens, loopt een licht gebogen, scherp begrensde, horizontale, rode streepvormige huidbeschadiging van circa 7,5 cm lang. Van het deel onder de haargrens naar het deel in de haargrens wordt de huidbeschadiging minder diep. Het deel onder de haargrens is bedekt met witte steri-strips.
2. Foto 2, 4 en 5
Boven de linker wenkbrauw tot in de haargrens is een scherp begrensde, horizontale, rode, streepvormige huidbeschadiging zichtbaar van ongeveer 9 cm lang. Op de foto's voor medische zorg is zichtbaar dat de wond wijkt en in het midden het diepste is. Richting de haargrens neemt de diepte van de wond af. Onder de witte steri-strips zijn minimaal 5 hechtingen zichtbaar.
3. Foto 6 en 7
Achter het linker oor is een streepvormige, licht gebogen, matig scherp begrensde, verticale, rode huidbeschadiging zichtbaar van ongeveer 6 cm lang. In het verloop van de huidbeschadiging zijn met onderbrekingen korstjes zichtbaar. De huid rondom de huidbeschadiging is roze-rood gekleurd.
4. Foto 6 en 8.
Onder het linker oor is een matig scherp begrensde, horizontale, rode huidverkleuring zichtbaar van ongeveer 4 cm lang. Deze huidverkleuring raakt met
een uiteinde letsel 3.
5. Foto 6 en 9
In de linker hals, onder de kaak, is een schuin verlopende, slecht begrensde, rode huidverkleuring zichtbaar van ongeveer 6,5 cm lang.
6. Foto 10, 11 en 12.
Aan de binnenzijde van de rechterhand is tussen de duim en wijsvinger een licht nattende, licht roze, streepvormige huidbeschadiging zichtbaar van ongeveer 4 cm lang. Er zijn 2 zwarte hechtdraden zichtbaar. Op de foto’s voor medische zorg is
zichtbaar dat de wondranden minder wijken in het midden dan aan weerszijde van het midden.
8. Foto 15 en 16
Op de rechter knie is een streepvormige, verticale, scherp begrensde, rode huidbeschadiging zichtbaar van ongeveer 9 cm lang. Aan de bovenzijde is een
knik zichtbaar. Er zijn witte steri-strips zichtbaar en 4 hechtdraden. Op de foto’s voor medische zorg is zichtbaar dat de wond in het midden het diepste is en
aan weerszijde de diepte afneemt.
De letsels beschreven onder punt 1, 2, 6 en 8 betreffen snijverwondingen. Bij een snijverwonding is de lengte van de wond groter dan de wonddiepte. Een snijverwonding wordt veroorzaakt door een scherprandig of puntig voorwerp.
Bij een snijverwonding hoeven niet alle lagen van de huid doorkliefd te zijn. Een snijverwonding begint meestal diep en zal oppervlakkig eindigen, soms zelfs in een
schram of kras omdat daar het scherprandig of puntig voorwerp door verminderde krachtsinwerking de huid verlaat.
De letsels beschreven onder punt 3, 4 en 5 zijn krasverwondingen. Krasverwondingen vallen onder een oppervlakkige schaafverwondingen waarbij niet de volledige huiddikte wordt beschadigd. Denk hierbij aan een scherper voorwerp dat over de huid getrokken wordt. Een kras is te herkennen aan de afwisselend lichtere en meer donkere onderbroken kleur van de streep, als gevolg van terugspringen van de huid onder de scherpe punt als de elasticiteitsgrens van de huid wordt overschreden.
Het letsel beschreven onder punt 6 kan passen bij afweer letsel. Kenmerkend voor afweerletsel is de plaats op het lichaam, namelijk op de onder- of bovenarmen. Bij steken of snijden worden verwondingen aan de vingers, tussen de duim en wijsvinger en/of aan de handpalm zijde van de hand gezien.
Verbalisanten hebben bij het
uitlezen van de camerabeeldenvan de [adres 2] te Venlo – zakelijk weergegeven – het navolgende waargenomen en daarover gerelateerd:
Het tijdstip vermeld op de camerabeelden loopt enkele seconden achter op de feitelijke (atoom) tijd van Nederland.
Op de beeldopname van zaterdag 13 augustus 2022, tussen 23.50.03 uur en 23.51:01 uur is een persoon te zien die voldoet aan het signalement van aangever. Deze persoon komt de hoek om gelopen bij de hoek van de kapperszaak en loopt via het trottoir de kapperszaak voorbij. Opvallend is dat deze persoon een rugzak op zijn rug draagt. Gezien het signalement en verklaring van aangever is dit zeer waarschijnlijk de aangever die vanuit de woning van zijn ouders vertrekt en naar zijn woning in de [adres 3] terug wil gaan. Vanuit de tegenovergestelde richting komt een persoon over het trottoir in versnelde pas aan lopen. Deze persoon gaat gelijk naar de zeer waarschijnlijk aangever en maakt hier fysiek contact mee. Het lijkt alsof er een soort van worsteling plaats vindt tussen beide.
Op de beeldopname is te zien is dat de zeer vermoedelijke verdachte slaande en een trappende beweging(en) maakt in de richting van de grond/perkje en hierna wegloopt.
De verdachteverklaarde tijdens zijn verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Ik ben samen met mijn vrouw naar de woning van die jongen gegaan (
de rechtbank begrijpt: [adres 1] te Venlo). Ik ben toen naar huis gegaan. Ik ging naar huis met de bedoeling om een klein mesje te pakken. Uit de keukenlade pakte ik een aardappelmesje. Ik ben teruggegaan naar het adres. In de tussentijd is hij naar buiten gekomen. Ik ben achter hem aan gelopen. Ik had het mesje bij zijn keel gezet. Hij draaide zich los. En toen heb ik hem in zijn gezicht geraakt.
Overwegingen van de rechtbank
De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat dat de verdachte omstreeks 14 augustus 2022 in Venlo meermalen met een mes in het gezicht, in het been en in de hand van aangever heeft gesneden en met het mes in de richting van de keel van [slachtoffer] heeft bewogen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden hoe het handelen van de verdachte juridisch moet worden gekwalificeerd.
Voorbedachten rade?
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachten rade gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachten rade pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat (HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342, HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2761). Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachte bevond zich op 13 augustus 2022 in de woning aan de [adres 1] in Blerick, in de gemeente Venlo, waar ook [slachtoffer] aanwezig was. In de woning heeft er een ruzie plaatsgevonden tussen de verdachte en [slachtoffer] . De verdachte is vervolgens naar huis gegaan en heeft uit de keukenlade een aardappelschilmesje gepakt. Enkele uren later is de verdachte teruggekeerd naar de woning om [slachtoffer] naar eigen zeggen een lesje te leren. [slachtoffer] heeft op enig moment de woning van zijn ouders verlaten en heeft verklaard dat de verdachte toen daar op hem af kwam lopen. Op de camerabeelden is te zien dat er een worsteling ontstond tussen de verdachte en [slachtoffer] . De verdachte heeft hierbij [slachtoffer] meerdere keren met een mes gesneden. Dit blijkt ook uit het ontstane letsel in het gezicht en aan het been. Het afweerletsel aan de hand van [slachtoffer] past bij diens verklaring over het door verdachte met het mes bewegen naar zijn keel. Kort daarna heeft de verdachte de plaats delict verlaten.
Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verdachte een plan had beraamd om [slachtoffer] van het leven te beroven. Hoewel, gelet op het feit dat de verdachte en [slachtoffer] enige tijd voor het incident ruzie hadden en de verdachte vervolgens naar huis is gegaan om een mes te pakken aanwijzingen zouden kunnen worden gevonden voor enig vooropgezet plan, acht de rechtbank niet wettig bewezen dat de verdachte tevoren daadwerkelijk het plan had opgevat om [slachtoffer] van het leven te beroven. Daarnaast kan de rechtbank op basis van het dossier niet uitsluiten dat de verdachte het mes (aanvankelijk) enkel heeft gepakt om [slachtoffer] bang te maken en hij, zoals hij zelf heeft verklaard, daarbij bewust heeft gekozen voor een aardappelschilmesje in plaats van een groter mes.
De vraag waarvoor de rechtbank zich vervolgens gesteld ziet, is, of de verdachte voorafgaand aan het steken met het mes voldoende tijd voor beraad en gelegenheid voor bezinning heeft gehad. Ook deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Immers, de rechtbank kan niet uitsluiten dat verdachte pas op het moment dat hij [slachtoffer] zag lopen de keuze heeft gemaakt om naar [slachtoffer] toe te lopen en het mes te gebruiken. De rechtbank overweegt dat dit betekent dat de besluitvorming en de uitvoering tot stand (kunnen) zijn gekomen in een zodanig korte tijdspanne dat niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. Dat de verdachte eerder naar huis is gegaan en enige tijd later is teruggekeerd naar de plek waar [slachtoffer] zich bevond, is gelet op de hiervoor benoemde overwegingen op zichzelf onvoldoende wettig bewijs voor voorbedachte rade.
De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van de ten laste gelegde voorbedachten rade, waardoor geen sprake is van een poging tot moord.
Poging doodslag?
Onder het primair tenlastegelegde is eveneens een poging tot doodslag op [slachtoffer] tenlastegelegd. De vraag die de rechtbank heeft te beantwoorden is of de verdachte opzettelijk (al dan niet in voorwaardelijke vorm) heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven.
De verdediging heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat – kort gezegd – geen sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood en de wil van verdachte daar ook niet op was gericht.
De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – aanwezig is indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.
De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de verdachte met een mes in het gezicht, het been en de hand heeft gesneden en richting de keel van [slachtoffer] heeft bewogen, met als gevolg dat [slachtoffer] meerdere kras- en snijverwoningen heeft opgelopen. Enkel doordat [slachtoffer] zich heeft afgeweerd, is ernstiger letsel (en mogelijk de dood) voorkomen. De rechtbank hecht – gelet op de aangetroffen foto’s in het dossier en het letsel dat past bij de verklaring van [slachtoffer] – geen enkele waarde aan de verklaring van verdachte dat hij [slachtoffer] enkel bang wilde maken of alleen in de schouder wilde steken. De rechtbank is van oordeel dat de tegen [slachtoffer] gericht handelingen van de verdachte tijdens die worsteling, te weten het gebruik van het mes, het toebrengen van snijwonden aan die [slachtoffer] en het gebruik van het mes richting de keel van die [slachtoffer] naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer op de dood gericht te zijn dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van aanwijzingen voor het tegendeel is de rechtbank niet gebleken. De vaststelling dat er gebruik is gemaakt van een schilmesje maakt dat oordeel van de rechtbank niet anders omdat ook met een schilmesje dodelijke verwondingen kunnen worden toegebracht. Met het mes is immers ook (diep) snijletsel in het gezicht veroorzaakt. Door aldus te handelen heeft de verdachte de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] door zijn handelen gedood zou worden, bewust aanvaard.
De rechtbank concludeert dus dat de verdachte heeft gehandeld met het opzet (in voorwaardelijke zin) op de dood van het slachtoffer. De rechtbank acht daarmee de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.