ECLI:NL:RBLIM:2022:8966
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen medisch onderzoek en rijverbod door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft aan verzoeker een medisch onderzoek opgelegd naar zijn rijgeschiktheid en hem verboden te rijden totdat de uitslag bekend is. Dit besluit is gebaseerd op een melding van de politie over een incident waarbij verzoeker betrokken was, met aanwijzingen dat hij mogelijk lichamelijk en/of geestelijk niet geschikt is om te rijden.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, omdat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht mocht uitgaan van de politiegegevens en het mutatierapport als basis voor het onderzoek. Hoewel verzoeker tegenbewijs aanvoerde, was dit onvoldoende om het vermoeden van ongeschiktheid weg te nemen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het CBR de geldigheid van het rijbewijs terecht heeft geschorst vanwege duidelijke aanwijzingen van een aandoening die de verkeersveiligheid in gevaar kan brengen. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor het rijverbod en het medisch onderzoek blijven gelden in afwachting van de definitieve beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het CBR-besluit wordt afgewezen; het medisch onderzoek en het rijverbod blijven van kracht.