Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
in concretoof de verdachte de aangever door geweld of bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte van de goederen die uiteindelijk uit de woning van de aangever zijn meegenomen. Uit de voornoemde bewijsmiddelen constateert de rechtbank dat de verdachte fors geweld jegens de aangever heeft uitgeoefend en te midden van dit geweld de aangever heeft gesommeerd aan hem een trainingspak, schoenen, een bankpasje, een kentekenkaart en een ID-kaart te overhandigen. De rechtbank oordeelt in dit verband dat er een onlosmakelijk verband aanwezig is tussen het geweld en de afgifte van de voornoemde goederen. Het uitoefenen van geweld (dan wel dreigen met dat geweld) waardoor de afgifte van de genoemde goederen door aangever werd bewerkstelligd kan moeilijk anders worden betiteld dan als afpersing. En dit geldt ook voor de telefoons. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarover anders te oordelen dan over de andere door aangever afgegeven goederen. De rechtbank acht echter niet alle goederen die in de tenlastelegging worden genoemd onderdeel uitmaken van de afpersingshandelingen. Wat betreft het bedrag van € 175,00 de laptop, de winterjas en de witgouden schakelketting zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken, nu de aangever in zijn aangifte wel verklaart over die goederen, maar die aangifte op deze punten niet door enig steunbewijs wordt ondersteund. De verdachte ontkent ook deze goederen te hebben meegenomen.
met voorbedachten radeheeft gepleegd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
.Aldus handelend heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De algemene ervaring leert dat slachtoffers van dit soort misdrijven niet alleen nog lang last kunnen hebben van toegebracht fysiek letsel, maar ook nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van
2.174,00 euro, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 25 april 2021; - veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering
- verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
betaling aan de Staat ten behoeve van
- verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.