Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2022 in de zaak tussen
[naam 1] en [naam 2] , te [plaatsnaam 1] , eisers
[naam 3] en [naam 4], huisartsen, gevestigd te [plaatsnaam 2]
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
1. [belanghebbenden] hebben een gezamenlijke huisartsenpraktijk in [plaatsnaam 2] . Bij te onderscheiden besluiten van 21 september 2015 heeft de minister [belanghebbenden] vergunningen verleend voor het bereiden ten behoeve van en het ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van de huisartsenpraktijk die is gevestigd in [plaatsnaam 2] . In het besluit op bezwaar heeft de minister de verlening gehandhaafd. [appellanten] zijn beiden werkzaam als apothekers in [plaatsnaam 1] en hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening. Bij uitspraak van 27 februari 2019 heeft de Afdeling het hoger beroep van [appellanten] gegrond verklaard, omdat, kort gezegd, het door de minister gehanteerde afstandscriterium niet in overeenstemming is met de definitie van het afstandscriterium zoals neergelegd in artikel 61, tiende lid, van de Geneesmiddelenwet. De Afdeling heeft daarop het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat tegen het door de minister te nemen nieuwe besluit op het bezwaar van [appellanten] slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Besluit van 5 augustus 2019
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2022