ECLI:NL:RVS:2020:1364
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister wegens nalaten proceskostenvergoeding na intrekking vergunningen huisartsenpraktijk
Belanghebbenden exploiteren een gezamenlijke huisartsenpraktijk in Kessel en ontvingen vergunningen van de minister voor het bereiden en ter hand stellen van geneesmiddelen. Appellanten, apothekers uit Neer, maakten bezwaar tegen deze vergunningen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van appellanten gegrond omdat het afstandscriterium van de minister niet overeenkwam met de Geneesmiddelenwet. De minister herzag daarop zijn besluit en trok de vergunningen per 1 september 2019 in.
Appellanten stelden beroep in tegen het besluit van 5 augustus 2019 waarin de minister het bezwaar gegrond verklaarde en de vergunningen introk. Zij betoogden dat de minister onterecht geen proceskostenvergoeding toekende. De minister erkende dit en kende alsnog een vergoeding toe. De Afdeling oordeelde dat het beroep gegrond is omdat het besluit nietig is voor zover de proceskostenvergoeding werd nagelaten.
De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van €262,50 en het griffierecht van €259,00. Overwegingen over een advies van de bezwaarschriftencommissie waren niet relevant voor de beslissing. De Afdeling paste een wegingsfactor toe en beperkte de proceskostenvergoeding tot het beroepschrift. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 10 juni 2020.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd voor het nalaten van proceskostenvergoeding, die alsnog moet worden toegekend aan appellanten.