Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
social mediamet hem in contact is gekomen. Vervolgens heeft de verdachte hem meerdere malen, zowel per e-mail als per telefoon, bedreigd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder parketnummers 03/164698-21 en 03/060316-22 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder parketnummers 03/164698-21 en 03/060316-22 meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] 1792407 volledig toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 juni 2021 tot aan de dag der gehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] 1792407 van een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening, en bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer verbalisant nummer 173821 van een bedrag van € 367,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening, en bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.