ECLI:NL:RBLIM:2022:3231
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname criminele organisatie en bezit cocaïne wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie gericht op drugshandel en het aanwezig hebben van ongeveer 75 gram cocaïne. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 15 maart 2022 en het onderzoek formeel gesloten op 12 april 2022.
De officier van justitie achtte het bewijs onvoldoende voor deelname aan de criminele organisatie, maar vond het bezit van cocaïne wel bewezen. De verdediging betwistte beide feiten en voerde aan dat er geen bewijs was voor deelname en dat verdachte geen wetenschap had van de cocaïne in een garagebox.
De rechtbank oordeelde dat de tapgesprekken en andere bewijsmiddelen onvoldoende waren om te concluderen dat verdachte een aandeel had in of ondersteuning bood aan de organisatie. Ook was niet bewezen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de cocaïne. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie en het aanwezig hebben van cocaïne wegens onvoldoende bewijs.