Uitspraak
RECHTBANK limburg
1.De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
).De door eiseres genoemde kosten, te weten € 108,48 en € 56,12 voor het inwinnen van medische gegevens bij het ziekenhuis en de huisarts, komen eveneens voor vergoeding in aanmerking. Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
25.De periode tussen de ontvangst van het beroepschrift door de rechtbank op
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2 voor wat betreft de omvang van het zwaar huishoudelijk werk en de afwijzing van proceskostenvergoeding in bezwaar;
- herroept het primaire besluit in zoverre en, kent eiseres 125 minuten per week voor het zwaar huishoudelijk werk toe, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3948,46, te betalen aan de rechtsbijstandverlener van eiseres;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500,-
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500,-
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2022.