ECLI:NL:RBLIM:2022:1595
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijdrage wegens gebrek aan draagkracht en onnodige procedure door gemeente
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderbijdrage van een vrouw jegens de man, die onder bewind staat en een bijstandsuitkering ontvangt. De minderjarige kinderen zijn niet erkend door de man en er was geen eerdere onderhoudsbijdrage overeengekomen.
De vrouw is afhankelijk van een uitkering en werd door de gemeente verplicht een alimentatieprocedure te voeren, ondanks dat de man geen draagkracht heeft vanwege een schuld van ruim €34.000 en deelname aan een schuldhulpverleningstraject. De man verzocht afwijzing van het verzoek wegens gebrek aan draagkracht, gesteund op vaste jurisprudentie dat bij WSNP of vergelijkbare situaties geen onderhoudsbijdrage kan worden opgelegd.
De rechtbank bevestigde dat de man geen draagkracht heeft en wees het verzoek af. Tevens bekritiseerde de rechtbank de gemeente voor het opleggen van een bij voorbaat kansloze procedure, die partijen onnodig belast en de onderlinge verstandhouding schaadt. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten omdat de vrouw geen keuze had de procedure te voeren.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van kinderbijdrage wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht van de man.