De rechtbank Limburg behandelde op 29 juni 2021 een zaak over de gesloten plaatsing van een minderjarige in een jeugdhulpinstelling. De moeder verzocht om vervallenverklaring van de plaatsingsbesluiten van 29 april, 12 mei en 7 juni 2021, omdat deze niet voldeden aan de wettelijke vereisten van de Jeugdwet. De minderjarige verbleef sinds april 2021 in gesloten jeugdhulp vanwege overtreding van voorwaarden gekoppeld aan een voorwaardelijke machtiging.
De rechtbank stelde vast dat de plaatsingsbesluiten niet schriftelijk en inhoudelijk correct waren medegedeeld aan de minderjarige, haar moeder, advocaat en rechtbank. De brieven waren onvolledig, niet geadresseerd en niet ondertekend, waardoor de meldingsplicht uit artikel 6.1.6 lid 6 Jeugdwet niet was nageleefd. Ook ontbraken de redenen voor opname in de geslotenheid. Juridisch bestaat een time-out plaatsing niet, waardoor de eerste opname van een week niet rechtsgeldig was.
De rechtbank oordeelde dat de plaatsingsbesluiten van 29 april en 12 mei 2021 onrechtmatig waren en verklaarde deze vervallen. Het verzoek tot vervallenverklaring van het besluit van 7 juni 2021 werd afgewezen omdat dit besluit niet in het geding was gebracht. Door het vervallen verklaren van de eerdere besluiten herleeft de voorwaardelijke machtiging van 7 april 2021, waardoor de gesloten plaatsing alleen kan worden voortgezet indien de voorwaarden worden overtreden en de wettelijke procedure wordt gevolgd.
De beslissing is direct uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden via hoger beroep worden aangevochten.