Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het feit en de verdachte
doodslag.
5.De straf en maatregel
6.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden, waar de verdachte zich gedurende de duur van de maatregel aan dient te houden:
dadelijk uitvoerbaaris;
- wijst de vorderingvan de benadeelde partij [benadeelde 1]
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde van een bedrag van
€ 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt tot op heden begroot op
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 1] van € 20.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 135 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- wijst de vorderingvan de benadeelde partij [benadeelde 2]
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde van een bedrag van
€ 20.000,-, , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 2] van € 20.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 135 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- wijst de vorderingvan de benadeelde partij [benadeelde 3]
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde van een bedrag van
€ 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 3] van € 20.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 135 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;