Verzoeker diende twee verzoekschriften in bij de rechtbank Limburg, één op grond van artikel 89 (oud) Sv voor vergoeding van schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, en één op grond van artikel 591a (oud) Sv voor vergoeding van raadsman kosten. De verzoeken werden tijdig ingediend en behandeld door de meervoudige raadkamer.
De rechtbank oordeelde dat de zaak eindigde met een onherroepelijk vonnis waarbij verzoeker werd veroordeeld voor schuldheling en een overtreding van de Wet wapens en munitie, met oplegging van een werkstraf en subsidiaire jeugddetentie. Omdat voorlopige hechtenis voor het veroordeelde feit was toegelaten, boden de genoemde wetsartikelen geen grond voor schadevergoeding.
De vrijspraak voor andere feiten deed hieraan niet af, aangezien het begrip 'zaak' het gehele rechtsgeding omvat. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Amsterdam. Op basis hiervan verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in beide verzoekschriften.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen een maand na betekening.