ECLI:NL:RBLIM:2020:2728
Rechtbank Limburg
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk gemaakte verzending aanmaning leidt tot vernietiging dwangbevel
Eiser maakte bezwaar tegen vervolgingskosten verbonden aan een dwangbevel dat was uitgevaardigd na een vermeende aanmaning. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de aanmaning daadwerkelijk was verzonden, ondanks dat deze tot een groep poststukken behoorde die ter verzending waren aangeboden. De rechtbank oordeelt dat de aanmaning schriftelijk moet zijn ontvangen of aangeboden, tenzij het niet bereiken daarvan aan eiser kan worden toegerekend.
De rechtbank stelt dat verweerder volstaat met bewijs van verzending naar het juiste adres, maar dit moet blijken uit een deugdelijke verzendadministratie bij niet-aangetekende verzending. De overgelegde stukken zijn onvoldoende om de verzending aan te tonen. Hierdoor ontbreekt een geldige aanmaning, wat betekent dat het dwangbevel geen rechtsgrond heeft.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het dwangbevel. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Deze uitspraak vervangt het vernietigde besluit en kan worden aangevochten door verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het dwangbevel wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van verzending van de aanmaning.