Eisers hebben beroep ingesteld tegen aanslagen precariobelasting opgelegd over de jaren 2016, 2017 en 2018 voor het plaatsen van terrassen bij een perceel in Roermond. Hoewel de heffing tussen 2012 en 2016 achterwege was gebleven, was verweerder bevoegd de aanslagen alsnog op te leggen. Eisers stelden dat zij erop mochten vertrouwen dat geen aanslagen meer zouden volgen, mede vanwege het uitblijven van aanslagen en het niet reageren op hun brieven.
De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken van een bewuste en weloverwogen standpuntbepaling door verweerder die een in rechte te beschermen vertrouwen zou rechtvaardigen. Ook ontbraken aanvullende omstandigheden die een toerekenbare schijn van een dergelijke standpuntbepaling zouden kunnen doen ontstaan. De brief van 19 oktober 2018 waarin verweerder de aanslagen oplegt, geldt volgens de rechtbank niet als beëindiging van een eerder gewekt vertrouwen.
Verder heeft verweerder met fotomateriaal aannemelijk gemaakt dat de terrassen daadwerkelijk zijn geplaatst, waardoor sprake is van een belastbaar feit. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.