ECLI:NL:RBLIM:2019:1132
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor winkelboulevard wegens strijd met bouwverordening
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een winkelboulevard, het plaatsen van een reclamezuil en het aanleggen van drie in- en uitritten. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens strijd met de gemeentelijke bouwverordening, met name vanwege overschrijding van de voor- en achtergevelrooilijnen. Eiseres stelde dat er een vergunning van rechtswege was ontstaan voor bepaalde activiteiten, maar de rechtbank oordeelde dat de aanvraag geheel was afgewezen en dat geen vergunning van rechtswege was ontstaan.
De rechtbank overwoog dat de winkelboulevard niet als hoofdgebouw kon worden aangemerkt, maar dat de winkels het hoofdgebouw vormden. Hierdoor konden de delen van de winkels achter de achtergevelrooilijn niet als bijbehorende bouwwerken of aan- of uitbouwen worden beschouwd, waardoor de overschrijding van de achtergevelrooilijn een geldige weigeringsgrond vormde. Tevens oordeelde de rechtbank dat de overschrijding van de voorgevelrooilijn terecht was vastgesteld en dat de bouwverordening strikt moest worden toegepast zonder afwijking naar een gemiddelde rooilijn.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was om eiseres in de gelegenheid te stellen de aanvraag te wijzigen, omdat een verschuiving van het gehele gebouw geen wijziging van ondergeschikte aard zou zijn. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de bevoegdheid om op grond van artikel 2.21 van de Wabo een gedeeltelijke vergunning te verlenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het eerdere beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet bekendmaken van een vergunning van rechtswege niet-ontvankelijk.