De werknemer was sinds 1997 in dienst bij Janshen-Hahnraths Exploitatie B.V. (JHE) en had een non-concurrentiebeding en verbod op nevenwerkzaamheden in zijn arbeidsovereenkomst. Hij richtte zonder toestemming een concurrerende onderneming op en verrichtte nevenwerkzaamheden, wat leidde tot zijn ontslag op staande voet op 9 mei 2018.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld en rechtsgeldig was gegeven, gelet op het onderzoek, de confrontatie met de werknemer en de ernst van de overtredingen. De werknemer had het klantenbestand van JHE gedownload en was betrokken bij een concurrerende onderneming die klanten van JHE benaderde.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon, transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging werd afgewezen. Het non-concurrentiebeding werd als rechtsgeldig beoordeeld, zonder dat sprake was van een ingrijpende functiewijziging die het beding zwaarder deed drukken. Wel matigde de kantonrechter het beding door de duur te beperken tot twee jaar en het geografisch gebied tot Nederland.
De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van naleving van concurrentiebedingen en het verbod op nevenwerkzaamheden, en onderstreept dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd kan zijn bij ernstige schendingen daarvan.