Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met (de nagezonden) producties 1 tot en met 20
- de conclusie van antwoord met (de nagezonden) producties 1 tot en met 24
- het proces-verbaal van comparitie van 26 april 2018
- de rolbeslissing van 23 mei 2018.
2.De feiten
4 januari 2016 verzonden naar MediRisk. Vervolgens heeft het Ziekenhuis advies ingewonnen bij uroloog dr. P.L.M. Vijverberg (hierna: Vijverberg) en op 18 januari 2016 inhoudelijk gereageerd op het rapport. Hoekstra en Van Swol hebben hun expertiserapport – na het verwerken van het commentaar van partijen daarin – in februari 2016 definitief gemaakt (hierna: het expertiserapport) (productie 11 bij conclusie van antwoord).
3.Het geschil
4.De beoordeling
”
De operateur (Looverbosch) stond bekend als een ervaren uroloog op het gebied van laserbehandeling van de prostaat en het mag redelijkerwijs verwacht worden dat hij op een juiste wijze en met de juiste instellingen de apparatuur gebruikt heeft”kan worden gezien als een aanname van de deskundigen, leidt dit er niet toe dat de beantwoording van vraag 4 niet concludent is of buiten beschouwing moet worden gelaten. Immers, de deskundigen vermelden weliswaar dat verwacht mag worden dat Van Looverbosch op een juiste wijze en met de juiste instellingen de apparatuur heeft gebruikt, maar óf dat ook daadwerkelijk is gebeurd, laten zij bij de beantwoording van de vraag in het midden. Aldus is de aanname niet van doorslaggevend belang bij de beantwoording van vraag 4, te minder nu de deskundigen bij de beantwoording ook vermelden dat in het operatieverslag en protocol niets is te vinden betreffende de gebruikte instellingen en gegevens hoe de laserapparatuur in te stellen. Het voorgaande betekent dat er geen aanleiding is om vraag 4 en de beantwoording daarvan buiten beschouwing te laten.
2.148,00(2 punten × tarief € 1.074,00)
5.De beslissing
12 september 2018.