Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 januari 2018 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam], te Geleen, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
22 januari 2016 waarin verweerder ten aanzien van de aanvraag van eiseres over de boekjaren 2013 en 2014 hetzelfde standpunt als nu heeft ingenomen. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Weliswaar heeft het besluit van 22 januari 2016 formele rechtskracht, maar dat betekent niet dat de in de overwegingen van dat besluit neergelegde standpunten bindende doorwerking hebben naar besluitvorming over een aanvraag betreffende een andere periode. Ter vergelijking wijst de rechtbank op de uitspraken van de Afdeling van 17 april 2000 (ECLI:NL:RVS:2000:AN6361) en 13 juni 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BA7101).
15 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3715). De rechtbank voegt daaraan toe dat aan een geval als het voorliggende waarin het verzoek om nadeelcompensatie geen betrekking heeft op een enkele schade-oorzaak maar op een complex van meerdere oorzaken, inherent is dat aan een beleidsvoornemen dat tot voorzienbaarheid leidt, niet de eis kan worden gesteld dat al die oorzaken afzonderlijk op grond daarvan voorzienbaar waren.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1002,-
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018.