Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding d.d. 13 januari 2017, met bijlagen,
- de conclusie van antwoord, met bijlagen,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek, met nadere bijlagen,
- de in briefvorm vervatte oproeping voor de comparitie van partijen, gehouden op 23 oktober 2017,
- de voorafgaand aan deze comparitie van partijen aan de zijde van eiseres ingezonden nadere producties,
- de voorafgaand aan deze comparitie van partijen aan de zijde van gedaagde ingezonden nadere producties,
- de ter comparitie van partijen aan de zijde van eiseres overgelegde opstelling van de actuele huurachterstand per 1 oktober 2017,
- de ter comparitie van partijen aan de zijde van gedaagde overgelegde aantekeningen.
2.De vaststaande feiten
- bij schriftelijk vastgelegde overeenkomst d.d. 1 juli 2016 is er een overeenkomst van huur- en verhuur tussen partijen gesloten;
- deze overeenkomst is door partijen aangegaan voor een periode van 6 maanden, ingaande op 1 juli 2016 en lopend tot en met 31 december 2016 (vergelijk productie 1 bij dagvaarding); in de overeenkomst wordt er nadrukkelijk en met zoveel woorden in voorzien dat de overeenkomst na verloop van deze periode in overleg kan worden verlengd;
- deze overeenkomst heeft betrekking op onzelfstandige woonruimte in de vorm van een gestoffeerde kamer in een pand, staande en gelegen aan de [adres gedaagde] te [woonplaats gedaagde] ;
- ter zake van kale huur zijn partijen een bedrag van € 350,00 per maand overeengekomen en ter zake van voorschot op, kort gezegd, service kosten een bedrag van € 100,00, zodat gedaagde per maand een bedrag van € 450,00 aan eiseres diende te voldoen.