Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 augustus 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[belanghebbende], te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS:2009:BH9227), op grond waarvan op het perceel naast eisers woning twee woningen kunnen worden opgericht in het kader van de Ruimte voor Ruimteregeling waar voorheen de bestemming ‘agrarisch gebied met hoge landschappelijke waarde’ lag. Eiser is sedert 27 maart 1980 eigenaar van het perceel plaatselijk bekend als [adres 1] , waarop hij een vrijstaande woning met tuin en erf heeft gerealiseerd gesitueerd aan de noordzijde van het plangebied waarop het bestemmingsplan ‘Compensatiewoningen Schone Poel’ ziet. Eiser noemt in de aanvraag als oorzaak van de door hem ervaren waardevermindering de volgende schadefactoren: verlies van privacy, bezonning, lichtinval en situeringswaarde/ligging/uitzicht en waardeert de waardevermindering op 8% van de waarde van zijn woning op de peildatum (€ 44.000,=). Eisers woning is gesitueerd aan de rand van het dorp met vrij uitzicht over agrarische percelen en als gevolg van het bestemmingsplan ‘Compensatiewoningen Schone Poel’ is er sprake van de door hem benoemde schadefactoren.
ECLI:NL:RVS:2012:BV1813) bij het nemen van een besluit op een aanvraag om vergoeding van planschade van dat advies uitgaan. Dit is slechts anders indien moet worden geoordeeld dat het advies van Pesch onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat daaraan anderszins ernstige gebreken kleven. Daarbij is van belang dat de enkele omstandigheid dat een door eiser ingeschakelde deskundige de waardedaling van het object op de peildatum hoger heeft gewaardeerd, onvoldoende is voor het oordeel dat het advies van een door verweerder ingeschakelde deskundige onjuist of onzorgvuldig is te achten. Voorts is van belang dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 29 augustus 2012,
ECLI:NL:RVS:2012:BX5953), inzichten van een deskundige in een geval als dit mede zijn gebaseerd op diens kennis, ervaring en intuïtie, zodat een nadere toelichting op die inzichten niet in alle gevallen kan worden verlangd. Wel dient de gedachtegang duidelijk en voldoende controleerbaar te zijn en dient het verslag van het onderzoek voldoende basis te bieden voor verdere besluitvorming.
ECLI:NL:RVS:2010:BL7775). In het planschadeadvies is inzichtelijk gemaakt wat de voor- en nadelen zijn en dat, alle voor- en nadelen afwegend, sprake is van een lichte schade, te waarderen op 2-3 % van de waarde van de onroerende zaak op de peildatum. Desgevraagd is een nadere toelichting gegeven op de wijze waarop in het advies de voordeelsverrekening heeft plaatsgevonden en is de inzichtelijkheid van de argumentatie vergroot. Eiser heeft op dit punt gereageerd met een herhaling van het standpunt dat het planologisch voordeel te hoog is gewaardeerd. Die grond is hiervoor onder r.o. 10 al weerlegd.
ECLI:NL:RVS:2014:4668, geen terughoudende toets van een deskundigenadvies dient te hanteren ten aanzien van de vraag of schade onder het normaal maatschappelijk risico valt. Verder blijkt uit die uitspraak dat de omstandigheid dat een planologische ontwikkeling in de lijn der verwachting ligt, niet per definitie betekent dat de gevolgen van die ontwikkeling volledig onder het maatschappelijk risico vallen. Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico (of normaal ondernemersrisico) in de eerste plaats aan het bestuursorgaan is. Dat orgaan komt daarbij beoordelingsvrijheid toe. Het bestuursorgaan zal zijn vaststelling naar behoren moeten onderbouwen. De bestuursrechter toetst de besluitvorming op rechtmatigheid.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2016.