ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ5969
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bouwvergunning reststoffenenergiecentrale Harlingen
De Waddenvereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harlingen om een bouwvergunning te verlenen voor een reststoffenenergiecentrale (REC) nabij Harlingen. De vereniging stelde onder meer dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de REC een zeehavengebonden bedrijf is, dat de bouwaanvraag onvolledig was door splitsing, en dat de landschappelijke inpassing onvoldoende was onderzocht.
Het college en Omrin, de aanvrager, stelden dat de REC in overeenstemming is met het bestemmingsplan 'Harlingen-Uitbreiding Industriehaven 1997' en dat de bouwhoogte van 44 meter bedrijfseconomisch noodzakelijk is. De rechtbank toetste het besluit aan het destijds geldende bestemmingsplan en oordeelde dat de REC als milieucategorie 4-bedrijf toelaatbaar is en dat de binnenplanse vrijstellingen terecht zijn verleend.
De rechtbank verwierp de stellingen van de Waddenvereniging over de zeehavengebondenheid, de gesplitste bouwaanvraag, en de cumulatieve toepassing van vrijstellingen. Ook vond zij dat het rapport van Bureau Bosch Slabbers over de landschappelijke inpassing voldoende was en dat het college terecht geen risicoanalyse voor calamiteiten heeft betrokken omdat de REC niet als risicodragend bedrijf geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen reden om partijen in de proceskosten te veroordelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van de Waddenvereniging tegen de bouwvergunning voor de reststoffenenergiecentrale wordt ongegrond verklaard.