ECLI:NL:RBLEE:2010:BO2395
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale winstneming bij verkoop landbouwgrond met optierecht
Belanghebbende exploiteerde een landbouwbedrijf en sloot in 1997 een overeenkomst met een projectontwikkelaar waarbij gronden zouden worden geleverd na een bestemmingswijziging naar bouwgrond. De verkoop werd niet in de aangifte vermeld en de grond werd vanaf 1997 niet meer op de balans opgenomen.
In 2005 deed de projectontwikkelaar afstand van zijn voorkeursrecht op een deel van de grond, waarna belanghebbende dat deel aan de gemeente verkocht. De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst van 1997 onvoldoende was afgepaald om van een koopovereenkomst te spreken en dat feitelijk slechts sprake was van een optierecht. Belanghebbende bleef juridisch en economisch eigenaar van de gronden.
De rechtbank oordeelde dat het verlenen van een optierecht geen wijziging van de vermogensetikettering rechtvaardigt en dat de gronden tot het ondernemingsvermogen bleven behoren. De winst bij de latere verkoop in 2005 is dan ook terecht belast als winst uit onderneming. Ook indien in 1997 sprake was geweest van verkoop, was de aanslag correct vastgesteld omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij toen winst had genomen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de winst uit de verkoop van de grond in 2005 als winst uit onderneming is belast.