ECLI:NL:RBLEE:2010:BM2570
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van den Bosch
- P. van der Wal
- N.P. Witteveen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
De rechtbank Leeuwarden behandelde het beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2001, opgelegd aan eiser wegens het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening bij Kredietbank Luxemburg (KBL). Verweerder baseerde de aanslagen op gegevens die via de Belgische autoriteiten waren verkregen en een redelijke schatting van de verschuldigde belasting.
Eiser betwistte onder meer de rechtmatigheid van de gegevens, de toepassing van artikel 47 AWR Pro, de inbreuk op artikel 8 EVRM Pro, en stelde dat verweerder ongeoorloofde druk had uitgeoefend. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht nadere informatie mocht vragen en dat de gegevens, ook al waren zij mogelijk onrechtmatig verkregen door derden, door de Nederlandse fiscus rechtmatig mochten worden gebruikt. De omkering van de bewijslast was terecht toegepast omdat eiser onvoldoende informatie verstrekte.
De rechtbank stelde vast dat eiser bewust een buitenlandse rekening had aangehouden en daarmee opzet bestond voor het niet opgeven van de tegoeden. De opgelegde boetes van 100% waren passend vanwege strafverzwarende omstandigheden. Wel werd de redelijke termijn voor de afhandeling van de boeteprocedure met meer dan zeven jaar overschreden, waardoor de boetes en verhogingen met 25% werden verminderd. De heffingsrente bleef gehandhaafd. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en heffingsrente gehandhaafd, boetes en verhogingen met 25% verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.