ECLI:NL:RBLEE:2007:BB4580
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering handhaving paardenbak en lichtmasten
Verzoeker heeft meerdere malen de gemeente verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel als paardenbak en tegen de plaatsing van lichtmasten zonder vergunning. De gemeente weigerde dit handhavingsverzoek, waarop verzoeker een voorlopige voorziening vroeg. De voorzieningenrechter oordeelt dat het begrip 'grasveld' in het bestemmingsplan niet zo ruim mag worden uitgelegd dat een paardenbak daaronder valt, mede gezien de ruimtelijke uitstraling en het normale spraakgebruik. Ook het overgangsrecht biedt geen grond voor het toestaan van de paardenbak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder de aanduiding 'paardenbak toegestaan' op de cultuurgrond vernietigd, en Gedeputeerde Staten hebben daarop de goedkeuring van die aanduiding ingetrokken. De gemeente had daarom bevoegdheid om handhavend op te treden, maar heeft dit geweigerd met het argument dat legalisatie te verwachten zou zijn. De voorzieningenrechter vindt dat niet aannemelijk en wijst het verzoek om handhaving af op die grond niet toe.
Ten aanzien van de lichtmasten is vastgesteld dat deze zonder geldige bouwvergunning zijn geplaatst. De gemeente is bevoegd en geacht handhavend op te treden, maar mag dit beleidsvrijheidshalve achterwege laten bij bijzondere omstandigheden. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen omdat de gemeente naar verwachting spoedig een beslissing op bezwaar zal nemen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelt de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de gemeente moet griffierecht en proceskosten vergoeden.