ECLI:NL:RBLEE:2001:AD6124
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde AAW/WAO-uitkering en verjaring
Eiser ontving een AAW/WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Verweerder stelde vast dat in de periode van 1 maart 1992 tot 11 juli 1994 een bedrag van ƒ 22.648,93 onverschuldigd was betaald en vorderde dit terug. Eiser betoogde dat de terugvordering was verjaard omdat de bevoegdheid tot terugvordering slechts vijf jaar na betaalbaarstelling geldt en de beslissing pas in 1999 werd genomen.
De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van vijf jaar door een schriftelijke en ondubbelzinnige mededeling van 26 maart 1997 was gestuit, ondanks dat deze beslissing later door de rechtbank was vernietigd. De brief behield haar karakter als stuitingshandeling omdat de mededeling feitelijk was dat teruggevorderd zou worden. Hierdoor was verweerder bevoegd het bedrag terug te vorderen over de vijf jaar voorafgaand aan de stuitingshandeling.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de eerdere beslissingen niet als stuitingshandelingen konden gelden en dat latere invorderingshandelingen de verjaring niet stuitten. Ook oordeelde de rechtbank dat verweerder het bedrag in redelijkheid kon terugvorderen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering is niet verjaard vanwege stuiting door een schriftelijke mededeling.