ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ3868
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekenbaarheid en oplegging tbs-maatregel na mishandeling GGZ-verpleegkundige
Op 12 juni 2012 heeft verdachte een mishandeling gepleegd door een GGZ-verpleegkundige bij de keel te grijpen, waardoor zij enige tijd geen lucht kreeg en pijn ondervond. Verdachte werd tevens beschuldigd van poging tot doodslag en bedreiging, maar deze feiten werden niet bewezen verklaard. De rechtbank verwierp het beroep op putatief noodweerexces omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
Psychiater en gedragsdeskundige concludeerden dat verdachte leed aan schizofrenie van het paranoïde type, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het delict. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij van strafbaarheid wegens deze geestelijke stoornis.
Gezien de ernst van het feit, de psychiatrische stoornis van verdachte en het risico op recidive, besloot de rechtbank tot oplegging van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Deze maatregel werd noodzakelijk geacht om de maatschappij te beschermen tegen gewelddadige herhaling en omdat eerdere maatregelen onvoldoende effect hadden.
De rechtbank benadrukte dat verdachte ondanks intensieve begeleiding toch een behandelaar mishandelde, wat de noodzaak van de tbs-maatregel onderstreepte. De terbeschikkingstelling kan langer dan vier jaar duren gezien de aard van het misdrijf en de veiligheidsoverwegingen.
Uitkomst: Verdachte wordt wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid ontslagen van alle rechtsvervolging en ter beschikking gesteld met dwangverpleging.