ECLI:NL:RBHAA:2010:BO1040
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering vordering op frauderende beleggingsadviseur voor inkomstenbelasting 2004 en 2005
Eiser had een vordering op D, een beleggingsadviseur die later strafrechtelijk werd veroordeeld wegens oplichting en het leiden van een piramidespel. De Belastingdienst had de vordering voor de jaren 2004 en 2005 gewaardeerd op € 600.000, wat leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting.
Eiser stelde dat de waarde van de vordering veel lager was, namelijk € 15.310, gebaseerd op betalingen en afspraken met D. De rechtbank oordeelde dat de waarde in het economische verkeer moest worden bepaald, rekening houdend met de feiten op de waardepeildatum, waaronder het lopende onderzoek van de AFM en de financiële positie van D.
De rechtbank stelde vast dat D vanaf 2003 geen beleggingen meer deed maar een piramidespel dreef, waardoor de waarde van de vordering aanzienlijk lager was dan de nominale waarde. De rechtbank waardeerde de vordering op 10% van de nominale waarde, € 65.000, en vernietigde de aanslagen, waarbij zij de aanslagen aanpaste aan deze waardering.
Verder wees de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan eiser van € 644 en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht moest vergoeden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de aanslagen inkomstenbelasting 2004 en 2005 door de vordering op de frauderende beleggingsadviseur te waarderen op 10% van de nominale waarde.