ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8147
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Mateman
- W.J.A.M. van Brussel
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende voortvarendheid werkgever bij re-integratie arbeidsongeschikte werknemer
De werkgever heeft een loonsanctie opgelegd gekregen omdat zij te traag heeft gehandeld bij de re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer. De werknemer viel uit met klachten aan de linkerarm en bleek niet meer geschikt voor het eigen werk. Na advies van de bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige werd een tweede spoor re-integratietraject gestart, maar pas bijna een jaar na het moment waarop duidelijk was dat het eigen werk niet meer kon worden verricht.
De werkgever stelde dat de tragere voortgang niet aan haar te wijten was vanwege de persoonskenmerken van de werknemer en moeizame communicatie, mede door een WSW-indicatie. De rechtbank oordeelde echter dat voortvarendheid wettelijk vereist is en dat de werkgever ook verantwoordelijk is voor het tijdig inschakelen en aansturen van derden zoals de arbeidsdeskundige en het re-integratiebureau.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond en dat het UWV de loonsanctie terecht heeft gehandhaafd. Het beroep van de werkgever is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende voortvarendheid bij re-integratie en verklaart het beroep ongegrond.