ECLI:NL:CRVB:2012:BW5353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verkorting loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om de loonsanctie te handhaven, omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor werkneemster met een WSW-indicatie.
Het UWV stelde dat appellante te laat was gestart met het tweede spoortraject en onvoldoende voortvarend had gehandeld, wat werd ondersteund door rapportages van arbeidsdeskundigen. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende re-integratieactiviteiten had ondernomen zonder geldige reden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad stelt vast dat het tweede spoortraject pas maanden na het advies van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige werd gestart, waardoor te veel tijd verloren is gegaan. De inspanningen van appellante worden als onvoldoende beoordeeld om de tekortkoming te herstellen.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht de loonsanctie heeft gehandhaafd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: De loonsanctie wordt gehandhaafd omdat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.