ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0043
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dienstbetrekking danseressen bij lapdancebar en naheffing loonbelasting
De rechtbank Haarlem behandelde het geschil tussen X B.V., exploitant van een lapdancebar, en de Belastingdienst over de vraag of de danseressen in dienstbetrekking stonden tot de bar en of de naheffingsaanslag loonheffingen terecht was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsplicht en loonbetalingen, ondanks dat danseressen soms rechtstreeks van klanten betaald werden. De bar oefende feitelijk en latent gezag uit, stelde huisregels vast, bepaalde werktijden en regelde de bezetting.
Hoewel danseressen over VAR-verklaringen beschikten, kon de bar hieraan slechts vertrouwen ontlenen tot 1 april 2006, de datum waarop de Belastingdienst definitief het standpunt innam dat sprake was van een dienstbetrekking. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot het tijdvak na deze datum.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, beperkte de naheffing en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffingen wordt verminderd en beperkt tot het tijdvak na 1 april 2006 wegens dienstbetrekking van danseressen.