ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6960
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.M. Röell-Mulder
- R.H.M. Bruin
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Waardering vordering op frauderende beleggingsadviseur voor box 3 belastingheffing
Eisers hadden geld uitgeleend aan D, een beleggingsadviseur die een piramidespel opzette en in 2005 failliet ging. De Belastingdienst corrigeerde het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen door de vorderingen op nominale waarde te waarderen en legde een vergrijpboete op wegens grove schuld. Eisers maakten bezwaar en stelden dat de vorderingen minder waard waren dan nominale waarde.
De rechtbank oordeelde dat de waarde in het economische verkeer van de vorderingen op de peildata lager moest worden vastgesteld vanwege het piramidespel en het onderzoek van de AFM. De waarde werd vastgesteld op 20% van nominale waarde voor eind 2003 en begin 2004, en 5% voor eind 2004 en begin 2005. De vergrijpboete werd vernietigd omdat eiseres op advies van een fiscaal adviseur handelde en geen grove schuld had.
De navorderingsaanslagen werden verminderd overeenkomstig de lagere waardering en de boetebeschikking vernietigd. De rechtbank wees proceskosten toe aan eisers en wees het verzoek om een integrale kostenvergoeding af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vergrijpboete, vermindert de navorderingsaanslagen en stelt de waarde van de vorderingen op D lager dan nominale waarde vast.