ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6083
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. Verpalen
- J.M. Sassenburg
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens verjaring strafvervolging vervoer gevaarlijke stoffen
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanbieden van een zending gevaarlijke stoffen, waaronder professioneel vuurwerk, in strijd met de voorschriften van het ADR in juni 2002. De dagvaarding werd pas op 5 juli 2004 uitgebracht, ruim na het verstrijken van de toen geldende verjaringstermijn van twee jaar voor overtredingen.
Tijdens de procedure werd de tenlastelegging gewijzigd door toevoeging van het bestanddeel "opzettelijk", waarmee de feiten werden omgezet van overtredingen naar misdrijven. De officier van justitie stelde dat deze wijziging betekende dat de vervolging zich betrof op nog niet verjaarde feiten.
De rechtbank oordeelde echter dat deze wijziging niet de wettelijke verjaringstermijn doorbrak en dat het openbaar ministerie als dominus litis de mogelijkheid had om tijdig een nieuwe dagvaarding uit te brengen, maar hiervan geen gebruik had gemaakt. Daarom was het recht tot strafvordering bij het uitbrengen van de dagvaarding reeds vervallen.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens verjaring. Een van de rechters, mr. Sassenburg, was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van het recht tot vervolging.