ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6930
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM ondanks overschrijding redelijke termijn bij gevaarlijke stoffen zaak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie (OM) ontvankelijk was in de vervolging van verdachte wegens het opzettelijk aanbieden van een zending gevaarlijke stoffen in strijd met het ADR. De rechtbank Haarlem had het OM niet ontvankelijk verklaard wegens verjaring van het ten laste gelegde vóór een toegelaten wijziging van de tenlastelegging.
Het hof Amsterdam oordeelde dat de wijziging van de tenlastelegging, waarbij het woord 'opzettelijk' werd toegevoegd, terecht was toegestaan door de politierechter en dat de feiten ten tijde van de berechting niet verjaard waren. Daarmee was het OM ontvankelijk in de vervolging.
De verdediging voerde aan dat de redelijke termijn van negen jaar was overschreden, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat overschrijding van de redelijke termijn niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid, maar dat het wel meegewogen wordt bij de strafoplegging.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het OM ontvankelijk, waarmee het vervolg van de strafzaak mogelijk werd gemaakt.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk ondanks overschrijding van de redelijke termijn en vernietigt het vonnis van de rechtbank.