ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1695
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- J.H. Hoekstra
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens niet opgegeven zakelijke goodwill bij overdracht artsenpraktijk
Eiser, een arts, droeg zijn praktijk over van een BV aan een vennootschap onder firma (VOF) waarin hij en zijn echtgenote participeerden, zonder een vergoeding voor goodwill te bedingen. Verweerder legde navorderingsaanslagen IB/PVV op voor de jaren 1999 tot en met 2004, met vergrijpboetes vanwege vermeende onjuiste aangiften.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een winstuitdeling door het niet opnemen van zakelijke goodwill bij de overdracht van de onderneming van de BV aan de VOF. Hoewel verweerder op de hoogte was van de overdracht via de ingediende jaarrekening, stelde hij onvoldoende onderzoek in, wat een ambtelijk verzuim opleverde. Dit verzuim kon echter niet leiden tot vernietiging van de navordering omdat eiser te kwader trouw was.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de aangifte onjuist was, maar dit naliet te corrigeren. Ook de adviseur van eiser was hiervan op de hoogte, wat aan eiser werd toegerekend. De vergrijpboete van 25% werd passend geacht, mede vanwege het ontbreken van een pleitbaar standpunt over persoonlijke goodwill. De navorderingsaanslag werd verminderd, de boete gehandhaafd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt verminderd wegens zakelijke goodwill, maar de vergrijpboete van 25% wordt gehandhaafd wegens kwade trouw.