ECLI:NL:RBHAA:2009:BH5025
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Coyajee-Kappers
- A.J. Wolfs
- W.S.J. Thijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tot terugbetaling leningbedrag wegens ontbreken nietigheid en schuldheling
De curator in het faillissement van B vordert terugbetaling van het verschil tussen verstrekte gelden en ontvangen betalingen door gedaagde, stellende dat de betalingen nietig zijn wegens strijd met de Wet toezicht kredietverkeer (Wtk), Wet toezicht effectenverkeer (Wte), schuldheling, strijd met de goede zeden, onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank oordeelt dat overtreding van de Wtk en Wte niet leidt tot nietigheid van de schuldbekentenissen en dat artikel 3:40 lid 2 BW Pro daarop niet van toepassing is. Schuldheling is niet aannemelijk omdat gedaagde redelijkerwijs niet had moeten vermoeden dat de gelden door misdrijf waren verkregen. De exorbitante rente leidt niet tot nietigheid wegens strijd met de goede zeden, nu ongelijkwaardigheid van prestaties niet volstaat zonder begeleidende omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten geldleningen zijn met vaste rente, waarbij B aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Er is dus sprake van een rechtsgrond en geen onverschuldigde betaling. Ook is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking omdat de betalingen gerechtvaardigd zijn uit de leningsovereenkomsten. De curator heeft onvoldoende gesteld om het noodzakelijke verband tussen verrijking en verarming van gezamenlijke schuldeisers aan te nemen.
De vordering van de curator wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten ten laste van de boedel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator af en veroordeelt hem in de proceskosten.