ECLI:NL:RBHAA:2008:BD7258
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- A.A. Fase
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken nieuw feit bij film CV’s
In deze zaak staat de vraag centraal of sprake is van een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro dat navordering van inkomstenbelasting over het jaar 2000 rechtvaardigt. Eiser, commanditair vennoot in diverse film CV’s, betwist de navorderingsaanslag die is opgelegd omdat de CV’s volgens de inspecteur geen onderneming dreven en de films niet zelf produceerden.
De rechtbank stelt vast dat de CV’s de films niet zelf voortbrachten, maar deze tegen een vaste prijs bij Amerikaanse productiemaatschappijen bestelden. De exploitatierechten werden exclusief en onvoorwaardelijk aan EE BV verleend, die de films voor rekening en risico exploiteerde. Dit strookt niet met de beleidsmatige eis dat films ten minste vier maanden door de CV’s zelf moeten worden geëxploiteerd.
De inspecteur baseert de navordering mede op licentieovereenkomsten en een gesprek waaruit een kasrondje blijkt. De rechtbank oordeelt dat deze feiten geen nieuw feit vormen, omdat de inspecteur al eerder gerede twijfel had over het ondernemerschap van de CV’s en daarmee tot nader onderzoek had moeten overgaan. Het nalaten daarvan is een ambtelijk verzuim, maar geen grond voor navordering.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en de navorderingsaanslag, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het arrest benadrukt de noodzaak voor de inspecteur om bij twijfel tijdig nader onderzoek te verrichten alvorens navordering op te leggen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.