ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4081
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over starters- en zelfstandigenaftrek en urencriterium bij belastingaanslagen
Eiser, een zelfstandig ondernemer en boekhouder, betwistte de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2001, 2002 en de voorlopige aanslag 2003. Hij stelde recht te hebben op starters- en zelfstandigenaftrek omdat hij aan het urencriterium zou voldoen. Verweerder had echter de inkomsten geschat op basis van onderzoeken van de FIOD/ECD en stelde dat eiser onvoldoende administratie had gevoerd en substantiële inkomsten niet had opgegeven.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor het urencriterium en de aftrekposten, mede omdat hij geen administratie kon overleggen en zijn stellingen onvoldoende onderbouwde. Het beroep op overmacht vanwege inbeslagname van administratie werd verworpen omdat eiser geen pogingen had gedaan om inzage te verkrijgen.
Voor de aanslagen 2001 en 2002 werd het beroep ongegrond verklaard. Voor 2003 werd het beroep gegrond verklaard en de voorlopige aanslag verminderd van €170.574 naar €144.657, omdat de rechtbank een lagere redelijke schatting van het voordeel aannam. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt de omkering van de bewijslast bij niet-naleving van administratieve verplichtingen en het belang van voldoende bewijs voor aftrekposten. De zaak bevat tevens een strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrifte, maar dat oordeel is niet in deze procedure aan de orde.
Uitkomst: De beroepen tegen aanslagen 2001 en 2002 zijn ongegrond verklaard, het beroep tegen voorlopige aanslag 2003 is gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot €144.657.