ECLI:NL:GHAMS:2009:BR4715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van belastingaanslagen en afwijzing zelfstandigen- en startersaftrek na fraudeonderzoek
Belanghebbende, een boekhouder met eigen administratiebedrijf, werd door de inspecteur aangeslagen voor de jaren 2001 tot en met 2003 met een belastbaar inkomen dat aanzienlijk hoger was dan in zijn aangiften vermeld. De inspecteur baseerde de aanslagen mede op bevindingen van de FIOD/ECD, die een strafrechtelijk onderzoek instelden wegens valsheid in geschrifte en oplichting.
In eerste aanleg verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond voor 2001 en 2002 en gegrond voor 2003, waarbij de voorlopige aanslag werd verminderd. Het geschil betrof onder meer het recht op zelfstandigen- en startersaftrek en de vraag of de inspecteur het belastbaar inkomen correct had vastgesteld, met name het voordeel uit onjuiste aangiften en het overmaken van bedragen naar rekeningen niet op naam van cliënten.
Het Hof bevestigt de rechtbankuitspraak en oordeelt dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is toegepast. Belanghebbende heeft niet aangetoond recht te hebben op aftrekposten noch dat de kosten hoger waren dan door de inspecteur aangenomen. Ook heeft hij niet bewezen dat de ontvangen bedragen daadwerkelijk aan cliënten zijn betaald. Het Hof acht het voordeel correct vastgesteld en wijst het hoger beroep af.
De schriftelijke uitspraak vervangt de mondelinge uitspraak en is bestemd voor het cassatieberoep bij de Hoge Raad. Tegen deze schriftelijke uitspraak kan geen nieuw cassatieberoep worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd zonder zelfstandigen- en startersaftrek.