ECLI:NL:RBHAA:2007:BB5456
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering WWB-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eisers ontvingen een WWB-uitkering als alleenstaande ouder, die per 1 december 2006 werd beëindigd omdat verweerder aannam dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Dit besluit werd gebaseerd op observaties en verklaringen van sociale recherche en getuigen. Verweerder herzag ook met terugwerkende kracht de uitkering vanaf 1 februari 2001 en vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug, waarbij eiser hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank stelt vast dat het onaangekondigde huisbezoek in 2005 niet heeft plaatsgevonden omdat eiseres medewerking weigerde, waardoor het bewijs uit dat huisbezoek niet onrechtmatig is verkregen. De gezamenlijke huishouding vanaf 1 december 2006 is voldoende aannemelijk gemaakt, maar voor de periode 2001-2006 ontbreekt een deugdelijke feitelijke grondslag. De omstandigheden zoals het niet officieel gescheiden zijn, gemeenschappelijke bankrekening en huurbetaling zijn onvoldoende om samenwoning aan te nemen.
Daarom vernietigt de rechtbank de besluiten die de uitkering met terugwerkende kracht intrekken en de terugvordering en aansprakelijkstelling over die periode. De primaire intrekking per 1 december 2006 blijft gehandhaafd. Eisers worden in de proceskosten veroordeeld. Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.
Uitkomst: Intrekking WWB-uitkering per 1 december 2006 bevestigd, terugwerkende intrekking en terugvordering over 2001-2006 vernietigd.