ECLI:NL:CRVB:2007:BB9684
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Verzoekster ontving gezinsbijstand tot februari 2001, waarna bijstand werd toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder, omdat zij aangaf te gaan scheiden. Haar echtgenoot bleef echter tot oktober 2001 ingeschreven op haar adres en bleek later nog steeds niet duurzaam gescheiden te zijn. Na onderzoek door de gemeente Purmerend, waaronder observaties en verklaringen van buren, werd de bijstand ingetrokken per 1 december 2006 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, omdat zij samen met hem en hun kinderen als gezin fungeerde. De intrekking van de bijstand was daarom terecht. Verzoekster had niet onverwijld aan het College gemeld dat zij niet langer duurzaam gescheiden leefde, wat een schending van haar inlichtingenverplichting vormde.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Het College werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster. De uitspraak bevestigt dat het begrip duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten ieder een eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd en dat dit door ten minste één van hen als bestendig moet worden bedoeld.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 december 2006 was terecht omdat verzoekster niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.